Infobrochure OV4, A-stroom

  1. Doelstellingen OV4 A-stroom

Schooljaar 2015-2016 start Secundaire Scholen Sint-Ferdinand Lummen op de campus van Middenschool Sint-Michiel Leopoldsburg,  Diestersteenweg 11, met buitengewoon onderwijs, opleidingsvorm 4, A-stroom voor normaal- tot hogerbegaafde leerlingen met een autismespectrumstoornis of leerlingen met een gedrags- en/of emotionele stoornis.

De leerlingen volgen het leerplan van het gewoon onderwijs, maar krijgen meer ondersteuning. Dit vertaalt zich o.a. in autismevriendelijk onderwijs met veel structuur en duidelijkheid, kleine klasgroepen van gemiddeld 6 leerlingen, aandacht voor positieve binding,  individuele handelingsplanning, gespecialiseerde opvoedkundige begeleiding en nauwe samenwerking met ouders, CLB en externe hulpverlening.

Aangezien de leerlingen dezelfde leerplannen volgen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, kunnen zij ook dezelfde getuigschriften en diploma’s behalen als in het gewoon onderwijs.

Het doel van OV 4 is de leerlingen te begeleiden bij het behalen van een diploma secundair onderwijs en hen voor te bereiden op een studie in het hoger onderwijs of op tewerkstelling in het gewoon werkmilieu.

Indien haalbaar, kunnen de jongeren voor enkele lessen of volledig overgaan naar het gewoon onderwijs. Onze school voorziet hierbij in extra begeleiding.

In opleidingsvorm 4 kunnen alle studierichtingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs worden georganiseerd.

September 2015 starten wij op de campus van Sint-Michiel te Leopoldsburg met 2 klassen 1ste leerjaar A.

De volgende schooljaren willen wij verschillende richtingen algemeen en technisch secundair onderwijs voor jongeren met autismespectrumstoornissen verder uitbouwen in samenwerking met het gewoon onderwijs, in aparte klassen voor de leerlingen die dit nodig hebben en voor de anderen zo inclusief mogelijk.

 

2.Onze waarden

Opvoeding en onderwijs gebeuren vanuit een christelijke visie op mens en maatschappij.

Waarden als het streven naar een optimale opleiding, opvoeding en begeleiding, een onvoorwaardelijk respect voor iedereen en fundamentele aanvaarding (ongeacht oorsprong, sociale context of overtuiging), gelijkwaardigheid en een participatieve benadering staan centraal.

 

3.Pedagogische visie

In opleidingsvorm 4 verhogen wij de leer- en ontwikkelingskansen van jongeren met een autismespectrumstoornis door optimaal in te zetten op:

  • een uitgebreide intake en individuele handelingsplanning;
  • een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding;
  • autismevriendelijk onderwijs in kleine klasgroepen;
  • een schoolcultuur waarin aandacht is voor positieve binding;
  • evaluatie van leervordering en leerhouding;
  • een interactieve leeromgeving met optimaal gebruik van de tablet in de klas.

 

3.1. Een uitgebreide intake en individuele handelingsplanning

De zorgcontext van de kandidaat-leerling wordt via een uitgebreide intake gedetecteerd. Op basis van de informatie uit het intakegesprek met ouders en kandidaat-leerling, aangevuld met informatie van CLB’s, vorige scholen, externe hulpverleners, e.a., wordt de juiste zorgindicatie vastgesteld.

Reeds vanaf de start van de leerling op school zien we de ouders als belangrijke partners in het uitstippelen van een begeleidingsplan. Op deze manier wordt de aanzet gegeven voor een blijvende vertrouwensrelatie tussen ouders en school. Ook de samenwerking met externe partners zoals onder andere internaten, thuisbegeleiding, kinderpsychiaters, enz. vinden we, vanaf de start reeds, uiterst belangrijk. We willen verder bouwen op ervaringen van andere hulpverleners.

De gegevens, verzameld tijdens de intake, worden samengevat in een tweedelig syntheseverslag.

Een eerste document (IHP intake) bevat vooral algemene informatie over de jongere en zijn gezinscontext.

Een tweede document (IHP fiche binnen-buitenkant) geeft ons een concreter beeld van het functioneren van de jongere. Dit tweede document is opgedeeld in drie belangrijke onderdelen: (1) de binnenkant, (2) de buitenkant en (3) begeleidingsadviezen.

In een eerste deel staan we vooral stil bij de binnenkant van de leerling (denkwereld specifiek gerelateerd aan diagnose, emotionele beleving, intelligentie-vermogen, …) . Wat er zich immers aan de binnenkant van de leerling afspeelt, biedt vaak een verklaring voor wat we in het gedrag (de buitenkant) van de leerling waarnemen. We zijn er van overtuigd dat wanneer we gedragsverandering willen creëren, we de leerling vooral vanuit zijn binnenkant moeten benaderen.

In een tweede deel wordt gesitueerd hoe de leerling uiterlijk functioneert binnen verschillende ontwikkelingsdomeinen (gedragsmatig, sociaal, werkhouding, leerontwikkeling, lichamelijke ontwikkeling, …). Ook willen we binnen dit tweede deel aandacht hebben voor de positieve elementen en de interesses van de leerling.

In een derde deel willen we vooral stilstaan bij de verantwoorde en bruikbare handelingsgerichte adviezen waarmee de leerkrachten in de klas aan de slag kunnen.

De twee documenten van dit syntheseverslag  (IHP intake en IHP fiche binnenbuitenkant) worden besproken met de betrokken leerkrachten en begeleiders en vormen tevens de basis van een uitgebreid begeleidingsplan of individueel handelingsplan.

Voor elke leerling wordt de te volgen opvoedings- en onderwijsweg immers verder uitgestippeld in een individueel handelingsplan. Tijdens het proces van handelingsplanning willen we de volgende principes centraal stellen (zie principes van handelingsgerichte diagnostiek):

  • Zorg op maat en het afstemmen van de aanpak op de specifieke noden van de leerling (interactionistisch referentiekader).
  • Handelingplanning als  middel om te komen tot verantwoorde en bruikbare adviezen.
  • Aandacht voor de binnenkant van de leerling.
  • Aandacht voor de positieve kenmerken van de leerling.
  • Ouders en externe hulpverlening als belangrijke partners.
  • Een methodisch verantwoorde handelingsplanning (zie PDCA-model)

Binnen het proces van handelingsplanning willen we immers op basis van de PDCA-cirkel de besprekingen zo methodisch en zo kwaliteitsvol mogelijk laten verlopen. We starten met een Plan: gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Hierdoor ken je de huidige situatie en kan je een handelingsplanning opstellen. Concreet betekent dit dat de we IHP fiche binnenbuitenkant van de leerling evalueren en op die manier komen tot een duidelijke perspectief/ probleemstelling. Vertrekkende vanuit dit perspectief/probleemstelling worden een aantal doelstellingen geformuleerd. We trachten deze operationele doelstellingen zo SMART mogelijk te formuleren (Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar, Realistisch, Tijdsgebonden).

Wanneer de doelstellingen geformuleerd zijn,  gaan we over tot actie  (Do): de medewerkers voeren het plan uit  (wie-wat-wanneer).

Belangrijk is dat er vervolgens wordt gecontroleerd of de activiteiten hun doelen hebben bereikt (Check) en wordt er geborgen of  bijgestuurd ((Re-)Act): borgen wat goed is en bijsturen wat moet veranderen.

De PDCA-cirkel wordt binnen het proces van handelingplanning doorlopen aan de hand van het document ‘IHP PDCA-fiche’.

 

3.2. Een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding.

De leerlingenbegeleiding in onze school is uitgewerkt volgens het drielijnenmodel en is een weerspiegeling van de zorgcultuur die is uitgebouwd voor onze leerlingen.

De eerste lijn : de leerkracht.

De leerkracht is de spil van de leerlingenbegeleiding. Hij staat het dichtst bij de leerling én heeft een grote expertise op vlak van de drie begeleidingsterreinen: leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding. Als mentor zorgt de leerkracht  voor het persoonlijk welzijn van elke individuele leerling . Hierbij  observeert en begeleidt hij het groeiproces van de leerling.

De tweede lijn : de pedagoog.

De pedagoog begeleidt, steunt en adviseert vanuit zijn/haar deskundigheid de leerkrachten bij het begeleiden van de leerlingen.

Zij begeleiden elke leerling via een individueel begeleidingsplan.

Als het nodig is, verwijst de orthopedagoge naar externe diensten en werkt ermee samen.

De derde lijn : de externe specialisten.

Op dit niveau situeren zich allerlei externe organisaties en diensten.

Het CLB biedt ondersteuning op de eerste en tweede lijn en heeft een draaischijffunctie tussen school en externe organisaties en diensten.

Het decreet op de Centra voor Leerlingenbegeleiding situeert het zwaartepunt in de leerlingenbegeleiding bij de ouders en de school. Zij zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen en jongeren. Het CLB moet daarbij ondersteuning bieden.

Onze school werkt samen met CLB West-Limburg (011/42.29.79.).

Het B.O.-team van dit CLB is bereikbaar te Tessenderlo, Stationsstraat 101 (013/66.25.23).

 

3.3.  Autisme-vriendelijk onderwijs in kleine klasgroepen.

Bij onderwijs aan een leerling met een autismespectrumstoornis is het van groot belang te weten op welke manier deze leerling de wereld om zich heen waarneemt en begrijpt.

Personen met autismespectrumstoornissen nemen anders waar. Zij worden overspoeld door prikkels en verwerken informatie op een andere manier. Door het verschil in waarnemen leven mensen met autismespectrumstoornissen in een ‘andere’ wereld.

Vanuit de veelheid van prikkels en de andere verwerkingsstijl ervaren zij de wereld als chaotisch en dreigend. De grote hulpvraag van leerlingen met autismespectrumstoornissen is: “breng verheldering, verduidelijking en veiligheid  in deze chaos rondom mij”.

Om een optimaal leerklimaat te creëren, willen we binnen onze school de leeromgeving dan ook  zoveel als nodig aanpassen  aan de waarnemings- en verwerkingsstijl van de leerling en dit binnen de volgende domeinen:

  • Aanvaarding
  • Concrete communicatie
  • Structuur
  • Een veilige en begrijpelijke sociale omgeving
  • Sticordi-maatregelen

 

3.3.1.   Aanvaarding

Een zeer belangrijke pijler in de benadering van leerlingen met autismespectrumstoornissen is het begrijpen, erkennen en ernaar handelen dat het niet gaat om onwil, maar om onmacht. Een persoon met een autismespectrumstoornis heeft het zeer moeilijk om zich aan te passen aan de steeds veranderende wereld rondom hem.  Binnen onze school passen we de leeromgeving dan ook zoveel mogelijk aan aan de leerling met een autismespectrumstoornis.

 

3.3.2.    Concrete communicatie

Doordat leerlingen met autismespectrumstoornissen het geheel niet spontaan overzien en doordat ze vaak de verbeelding missen om de bedoelingen van mensen en de betekenis van situaties te achterhalen, lopen leerlingen met autismespectrumstoornissen snel verloren in  het complexe klasgebeuren. Zonder extra verduidelijking raken ze voortdurend de weg kwijt en worden ze voortdurend geconfronteerd met een stel onbeantwoorde vragen: ‘Wat wordt er van mij verwacht?’ ‘Hoe moet ik mij gedragen?’ ‘Hoe los ik een probleem op?’  Binnen onze school willen wij de leerling dan ook een soort handleiding aanbieden waarmee het schoolse gebeuren verduidelijkt en verhelderd wordt. Daardoor komt de leerling niet alleen tot rust maar stelt men hem ook in staat om aandacht te besteden aan het verwerken van de leerstof.

Binnen onze school bieden we duidelijke, expliciete, positieve en visuele informatie  aan en dit met de gepaste snelheid.

Concrete communicatie

Verhelderen doen we door concreet te communiceren. Concrete communicatie is duidelijker dan vage en  abstracte communicatie.  Ook non-verbale of lichaamstaal is eveneens vaak te abstract voor leerlingen met autismespectrumstoornissen en proberen we dus te mijden.

Expliciete communicatie

Leerlingen met autismespectrumstoornissen zijn niet in de mogelijkheid om een samenhangende betekenis te geven aan onsamenhangende en impliciete informatie. Binnen onze school proberen we dan ook zo duidelijk mogelijk te zijn. Dat betekent dat we niets tussen de regels laten: we zijn heel expliciet. Dubbelzinnig taalgebruik en sarcasme proberen we dan ook te mijden.

Positieve communicatie

Negatieve communicatie bevat heel veel impliciete boodschappen en proberen we dus zoveel mogelijk te mijden binnen onze school. Een verbod vertelt immers niet wat er dan wel verwacht wordt. We proberen heel duidelijk te stellen wat we wel van de leerlingen verwachten en dit op een niet emotionele en rustige manier.

Visuele communicatie

Gesproken taal is erg vluchtig, klanken verdwijnen zodra ze uitgesproken zijn. Vooral uitgebreide en lange instructies kunnen voor problemen zorgen. Visuele communicatie is veel concreter en gemakkelijker te duiden door een leerling met een autismespectrumstoornis. Visuele informatie blijft immers aanwezig en de leerling kan er op teruggrijpen als hij iets niet goed begrepen of vergeten is. Binnen onze school willen we zoveel mogelijk de communicatie visueel maken door middel van foto’s, geschreven tekst, tekeningen, visuele stappenplannen, … Voor het visualiseren van tijdstippen en het bieden van een overzicht op wat er gaat komen wordt er gebruik gemaakt van (auti-)klokken, lesroosters, weekplanningen, dagplanningen, … 

Ondersteunende communicatie

Leerlingen met autismespectrumstoornissen hebben evenwel niet alleen moeite met het begrijpen van communicatie. Ook het gebruiken van communicatie is voor hen niet altijd vanzelfsprekend. Binnen onze school willen we de leerling met een  autismespectrumstoornis dan ook maximaal ondersteunen in zijn of haar communicatie met anderen (bijv. stappenplan ‘hoe hulp vragen?’).

 

3.3.3.   Structuur

Belangrijk is om door middel van het aanbrengen van structuur zoveel mogelijk overzicht en voorspelbaarheid aan te bieden voor de leerlingen met autismespectrumstoornissen. De wereld van leerlingen met autismespectrumstoornissen is vaak chaotisch, onveilig en onvoorspelbaar. Binnen onze school bieden we dan ook zoveel mogelijk structuur en dit in de ruimte, de tijd en de activiteit.

Structuur in de ruimte

Een voorspelbare en overzichtelijke omgeving met zo min mogelijk afleidende prikkels brengt orde en overzicht in de chaos die leerlingen met autismespectrumstoornissen vaak ervaren. Binnen onze school bieden we op de volgende manieren structuur in de ruimte:

  • Vaste plek voor materialen, geordend in kasten of rekken zodat leerlingen weten waar ze iets kunnen vinden.
  • Vaste werkplek in de klas.
  • Hoeken in de klas.
  • Sobere klasinrichting zonder overtollige of verwarrende decoratie.
  • Op de bank enkel wat nodig, zo weinig mogelijk afleiding.
  • Vaste rij-indeling.
  • Duidelijke speelplaatsindeling met rustruimtes.

Structuur in de tijd

Door de moeilijkheden die leerlingen met autismespectrumstoornissen hebben met het abstracte begrip ‘tijd’ is het belangrijk om dit tijdsbegrip zoveel mogelijk te concretiseren.

Binnen onze school bieden we op de volgende manieren structuur in de tijd:

  • Een duidelijke tijdsafbakening. Dit kan zowel door de tijdsduur aan te geven, als door de hoeveelheid werk aan te geven of een combinatie hiervan.
  • Een duidelijk begin- en einduur.
  • Een programma waarin het dag- en weekverloop zichtbaar en voorspelbaar worden gemaakt.
  • Een huiswerkplanner.
  • Vaste taken.
  • Een goede voorbereiding op veranderingen (wijzigingen in lessenrooster, zieke leerkrachten, …).
  • Voorspelbaarheid via een duidelijk vervangsysteem.

Structuur in activiteit

Leerlingen met autismespectrumstoornissen hebben vaak problemen met taakoriëntatie, planning en controle van een opdracht. Om een leerling in staat te stellen zelfstandig te werken moet de werkorganisatie verduidelijkt worden.

Binnen onze school staan we ervoor dat telkens voor de leerling duidelijk is waar hij/zij met een opdracht moet beginnen, wat af moet zijn, wanneer het af moet zijn en wat hij/zij moet doen als hij/zij klaar is.

Tevens gaan we uit van een vaste lesopbouw en vaste werkwijzen.  We structureren de leerstof  zoveel mogelijk voor. Bij complexe, samengestelde opdrachten wordt een stappenplan gebruikt. We spreken ook telkens concreet af met de leerling wat hij gaat doen als de opdracht klaar is. Het leermateriaal maken we zo overzichtelijk en gestructureerd mogelijk zonder verwarrende ballast of overbodige informatie.

 

3.3.4.   Een veilige en begrijpelijke sociale omgeving

Het sociaal gebeuren is voor leerlingen met autismespectrumstoornissen vaak moeilijk te vatten en levert vaak stress en moeilijkheden op. Vaak willen ze er net zo graag bijhoren als andere leerlingen, maar dat lukt hen niet zo goed omdat het sociale gebeuren met zijn vele wisselende betekenissen, zijn onzichtbare en ongeschreven regels en codes voor hen ondoorgrondelijk en te complex is.

Leerlingen met autismespectrumstoornissen verwerven niet spontaan de nodige sociale inzichten en vaardigheden en slagen er daardoor zelf moeilijk in hun gedrag af te stemmen op wat de omgeving van hen verwacht. Binnen onze school willen dan ook met de nodige aanpassingen de sociale stress verlagen, moeilijkheden voorkomen en de leerling met een autismespectrumstoornis meer laten deelnemen aan het sociale gebeuren. We leggen vooral de  nadruk op het veilig en begrijpelijk of overzichtelijk maken van de sociale omgeving.

Verhelderen van de sociale omgeving

De meeste sociale regels zijn ongeschreven en dus impliciet. Leerlingen met autismespectrumstoornissen voelen die sociale codes echter niet intuïtief aan.  Binnen onze school proberen we sociale regels voortdurend te expliciteren en sociale situaties uit te leggen. Binnen onze school vinden we het eveneens heel belangrijk voorvallen en gebeurtenissen altijd achteraf goed te bespreken.

Veilig maken van de sociale omgeving

Leerlingen met autismespectrumstoornissen moeten vaak ook beschermd worden tegen de andere leerlingen. Ze zijn enorm kwetsbaar en vaak het slachtoffer van pesterijen.

Binnen onze school willen we de omgeving dan ook zo veilig mogelijk maken voor onze leerlingen met autismespectrumstoornissen. Dit gebeurt o.a. door middel van:

-         Mogelijkheid tot een buddysysteem.

-         Extra toezicht tijdens vrije momenten.

-         Mogelijkheid tot een time-outplaats.

-         Aanbieden van alleen-momenten (rustig hoekje in de klas, apart werken buiten het klaslokaal, binnenblijven tijdens speeltijden …).

 

3.3.5.   Sticordi-maatregelen

Binnen de individuele handelingsplanning kunnen verschillende stimulerende, corrigerende, compenserende, remediërende en dispenserende maatregelen genomen worden, die nodig zijn om de leerling te ondersteunen in zijn leerproces.

 

3.4.   Jongeren stimuleren om positieve bindingen aan te gaan.

Omdat er naast de autismespectrumstoornis vaak sprake is van comorbide stoornissen, z.a. depressie, angst,  AD(H)D en gedragsproblemen, is het essentieel om onze jongeren in het opvoedkundig handelen te stimuleren om positieve bindingen aan te gaan.

Een leerling die een positieve band heeft met leerkrachten, wil die goede relatie behouden, zich inzetten en voldoen aan de verwachtingen. Bij een positieve relatie wordt het pedagogisch aanbod aanvaard en ontstaat de motivatie om gezamenlijk vooropgestelde doelen na te streven. Positieve relaties werken als een rem op het stellen van probleemgedrag.

Positieve relaties worden o.a. gestimuleerd door de leerling fundamenteel te aanvaarden, door het aanbieden van een duidelijke structuur, door een gepaste opvoedingsstijl, door gewenst gedrag te bekrachtigen en ongewenst gedrag te begrenzen en door deelname van leerlingen en ouders aan het schoolgebeuren.

 

3.4.1.     Fundamentele aanvaarding en voorleven.

Een basisvoorwaarde voor een positieve relatie is een fundamentele aanvaarding van onze leerlingen.

Tegelijkertijd hebben onze jongeren een grote behoefte aan duidelijk voorbeeldgedrag van de leerkracht. Via het voorleven van normen en waarden, willen wij deze overdragen op onze jongeren.

Door voor te doen hoe het moet, leren wij onze leerlingen zeer veel, zoals het oplossen van problemen, het omgaan met ruzies en conflicten, enz.

 

3.4.2.     Het bieden van structuur.

Onze leerlingen hebben nood aan duidelijkheid, grenzen, structuur, consequent reageren, ….

Structuur biedt overzicht, houvast en duidelijkheid. Houvast en duidelijkheid zorgen voor een veiligheidsgevoel. Alleen in een veilige context kan een positieve binding ontstaan. Geen positieve binding zonder structuur.

Onze leerlingen een basisveiligheidsgevoel geven is de eerste taak van onze school. Deze basisveiligheid houdt in dat de jongeren zich gewaardeerd voelen als individu, ondanks de mogelijke tekortkomingen of belemmeringen. Wanneer een jongere bij ons op school komt, wordt hier veel tijd aan besteed. Dit doel wordt onder meer bereikt door een duidelijke structuur, ordening en rust, naast een accepterende houding. Waar structuur, overzicht en veiligheid aanwezig zijn, voelt iedere jongere de rust en de vrijheid om te leren omgaan met de ideeën, normen en waarden van een ander en om zich zelfstandig te ontwikkelen.

Daarom hechten wij in onze school ook veel belang aan een goede opvolging van de regels van het schoolreglement en de leefregels.

Deze regels scheppen door hun duidelijkheid een aangenaam leefklimaat waar ieder zich thuis voelt.

 

3.4.3.     Een autoritatieve opvoedingsstijl.

Een autoritatieve opvoedingsstijl is een opvoedingsstijl die zowel betrokken, begripvol, accepterend, responsief als controlerend, veeleisend en gezaghebbend is tegenover de jongere. Deze stijl van opvoeden stelt redelijke grenzen, geeft uitleg en toont begrip binnen een gezaghebbende context.

Bij een autoritatieve stijl reageren leerkrachten responsief (uitleg gevend, antwoordend) op redelijke behoeften en wensen van leerlingen.

Onze leerkrachten communiceren met onze leerlingen op basis van wederzijds begrip en respect. Zij hebben oog voor de opvattingen van leerlingen en brengen hun visie als mogelijkheid naar voren. De leerkrachten stellen tegelijkertijd duidelijke eisen aan de leerling en ze houden vast aan duidelijke regels. Bij overtreding wordt consequent opgetreden.

Onze leerkrachten geven consequent en duidelijk sturing aan het klasgebeuren maar met aandacht en betrokkenheid op de leerling. Zij zullen daarom heel genuanceerd sturen met de bedoeling de jongeren systematisch meer verantwoordelijkheid en eigen inbreng te bieden. Mislukkingen worden gerelativeerd en de leerlingen krijgen dagelijks voldoende nieuwe slaagkansen, zodat ze langzaam maar zeker op eigen benen leren staan.

 

3.4.4.     Bekrachtigen.

Wij willen voldoende aandacht besteden aan het bekrachtigen van positief gedrag. Bekrachtigen bevordert de goede relatie leerkracht-leerling. Een goede relatie versterkt het zelfbeeld van de leerling en verhoogt de intrinsieke motivatie. Aandacht voor het goede heeft meer succes dan correctie van het negatieve. Het heeft vooral de bedoeling gewenst gedrag aan te moedigen.

 

3.4.5.     Begrenzen.

Naast het bekrachtigen van positief gedrag, willen we ongewenst gedrag stoppen en corrigeren. Door middel van ongewenst gedrag te begrenzen willen consequent grenzen stellen en de maatschappelijke norm bewaken. Dit geeft duidelijkheid en hierdoor ook veiligheid.

 

3.4.6.     Deelname aan het schoolgebeuren.

In onze school vinden wij participatie en medezeggenschap van leerlingen en ouders zeer belangrijk en dit reeds vanaf het eerste contact.

Participatie en medezeggenschap leiden tot een positieve relatie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid.

Onze leerlingen kunnen op verschillende manieren deelnemen aan het schoolgebeuren.  Zo kunnen zij meewerken met de leerlingenraad. Er worden tevens regelmatig overlegmomenten gepland tussen de leerkrachten en de leerlingen. Zo wordt het samenleven op school aangenamer en democratischer.

Ook ouders hebben een rol te spelen in onze school.  De betrokkenheid van ouders kan vele vormen aannemen.

Een belangrijk communicatiemiddel tussen school en ouders is de klasagenda. In hun klasagenda noteren de leerlingen niet alleen hun lessen en werken. Ook het opvolgen van afwezigheden en te laat komen op school wordt genoteerd in de agenda.

De communicatie tussen ouders en school verloopt ook via het  digitaal leerplatform SMART-school. De school informeert ouders via SMART-school wekelijks over het schoolse functioneren van hun zoon/dochter.  Ouders kunnen via dit digitaal platform ook ten alle tijden contact opnemen met leerkrachten/begeleiders.

Ouders zijn ook steeds welkom voor een gesprek of om problemen te signaleren en om samen met de school mogelijke oplossingen te bespreken. De inbreng van ouders is hierbij zeer belangrijk.

Op verschillende tijdstippen worden ouderavonden georganiseerd.

Sommige ouders spelen een actievere rol op school door te zetelen in de oudervereniging.

De oudervereniging vergadert elk trimester met de directie om actuele punten te bespreken.

Daarnaast organiseert de oudervereniging ook diverse vormende activiteiten waaraan ouders kunnen deelnemen.

 

3.5. Evalueren van leervordering én leerhouding.

In OV 4 evalueren wij om beter te begeleiden en om te beoordelen.

Evalueren met een begeleidende functie geeft een antwoord op de vraag hoe we het leren van onze leerlingen kunnen ondersteunen én welk aanbod en welke hulp ze daarbij nodig hebben. Daarbij is feedback aan jongeren tijdens het leerproces cruciaal. Het gaat dus eerder om een tussentijdse vorm van evaluatie die dikwijls plaatsvindt tijdens het leerproces.

Bij evaluatie met een beoordelende functie is het de bedoeling om na te gaan in welke mate de leerlingen de vooropgestelde doelen bereiken en dit vast te leggen in de vorm van een score of beoordeling. Onze leerlingen worden geëvalueerd op leervordering en leerhouding.

Leervordering:

De leraar wil een antwoord op de vraag of leerlingen de leerdoelen wel of niet beheersen, zodat op het einde van het schooljaar kan beslist worden welke leerlingen de leerplandoelstellingen bereiken.

Leerhouding:

Omdat onze leerlingen ook behoefte hebben aan begeleiding op socio-emotioneel, gedrags- en persoonlijkheidsniveau, evalueren wij, naast de leervorderingen, ook de leerhouding.  Ook deze evaluatie heeft een begeleidende en een beoordelende functie.

Wij gebruiken volgende evaluatiesystemen: permanente evaluatie en examens.

 

3.5.1.   Permanente evaluatie

Permanente evaluatie betekent dat de leerlingen gedurende het ganse schooljaar voortdurend worden beoordeeld op leervordering en leerhouding.

Ouders worden via SMART-school goed op de hoogte gehouden van de leerprestaties en de leerhouding van hun kind. Toetsen en taken worden wekelijks meegegeven in een toetsen- en takenmap.

 

3.5.2.   Examens

In de eerste graad worden examens georganiseerd voor de hoofdvakken tijdens de periodes Kerstmis, Pasen en op het einde van het schooljaar.

 

3.5.3.   Het puntenrapport

De resultaten van examens en permanente evaluatie (leervordering en leerhouding) komen in het puntenrapport.

De permanente evaluatie (punten op leervordering en de beoordelingen van de leerhouding)  worden gegeven op de prestaties die geleverd zijn tijdens de aanwezigheidsdagen.

Indien de leerling te vaak afwezig is, wordt dit beschouwd als ‘problematisch’. Problematische  afwezigheden kunnen ook aanleiding geven tot het jaar overdoen of het niet behalen van een getuigschrift of diploma.

De delibererende klassenraad beslist op het einde van het schooljaar of de leerling:

  • geslaagd is (A-attest);
  • wel mag overgaan naar een volgend schooljaar, maar uitgesloten wordt van een (aantal) studierichting(en) (B-attest);
  • niet geslaagd is (C-attest).

Ook kan de delibererende klassenraad, op basis van het individueel handelingsplan, beslissen om het lessenprogramma van een leerjaar te spreiden over twee schooljaren. Deze leerlingen worden niet als zittenblijvers beschouwd (dus geen C-attest). Op het einde van het eerste aldus gevolgde schooljaar krijgen deze leerlingen een (tussentijds) attest (spreiding curriculum OV 4).

 

3.6. Een interactieve leeromgeving met optimaal gebruik van de tablet in de klas.

Binnen OV4 A-stroom willen we ICT zoveel mogelijk integreren binnen de lessen. Een interactieve manier van lesgeven waarbij leerlingen maximaal geprikkeld en betrokken worden is het uitgangspunt. De leerlingen worden verwacht over een tablet, meer specifiek een google chroom book te beschikken. De chroom book wordt best via de school aangekocht.

 

4.    Studieaanbod.

September 2015 starten wij op de campus van Sint-Michiel te Leopoldsburg met 2 klassen 1ste leerjaar A, moderne vorming.

De volgende schooljaren willen wij verschillende richtingen algemeen en technisch secundair onderwijs voor jongeren met autismespectrumstoornissen verder uitbouwen in samenwerking het gewoon onderwijs, in aparte klassen voor de leerlingen die dit nodig hebben en voor de anderen zo inclusief mogelijk.

Aangezien binnen OV4 A-stroom  het programma van het gewone onderwijs aangeboden wordt, is de structuur van de opleiding gelijk aan die in andere scholen.

Het keuzegedeelte in de uurrooster is aangepast aan de noden van  leerlingen met een autismespectrumstoornis

 

Uurrooster 1A (moderne vorming).

Gemeenschappelijk gedeelte (27 lesuren)

  • 2u godsdienst
  • 5u Nederlands
  • 4u Frans
  • 4u wiskunde
  • 2u aardrijkskunde
  • 2u natuurwetenschappen
  • 1u geschiedenis
  • 2u techniek
  • 2u lichamelijke opvoeding
  • 1u muzikale opvoeding
  • 2u plastische opvoeding

keuzegedeelte (5 lesuren)

  • 1u Frans
  • 1u wiskunde
  • 1u ICT
  • 1u ICT (dactylografie)
  • 1u leren leren – sociale vaardigheden   

 

5.    Inschrijvingsvoorwaarde en –procedure.

5.1. Inschrijvingsvoorwaarde.

De leerling moet in het bezit zijn van een attest van het CLB (met vermelding van kinderpsychiatrische diagnose), dat toegang verleent tot het volgen van opleidingsvorm 4, type 9.

 

5.2.   Inschrijvingsprocedure voor de school.

Voorafgaand aan de inschrijving van elke leerling vindt een uitgebreide intakeprocedure plaats.

Via een uitgebreide intake wordt de zorgcontext van de kandidaat leerling zorgvuldig gedetecteerd en wordt de juiste zorgindicatie vastgesteld.

De ouders van de jongeren die naar onze school wensen te komen, maken eerst een afspraak met orthopedagoge van OV4.

Tijdens het eerste bezoek (kennismakingsbezoek) kunnen de ouders en de jongere kennismaken met het aanbod en de organisatie van de school.

De pedagoog toetst met welke verwachtingen de ouders en jongere naar onze school komen en bespreekt in welke mate deze verwachtingen vervulbaar zijn. Er wordt tijdens dit gesprek geïnventariseerd waar de problemen liggen en nagegaan welke vorm van begeleiding nodig is.

Aan het CLB en andere relevante diensten worden verslagen opgevraagd.

Wanneer er tot inschrijving wordt overgegaan, wordt er nog een tweede gesprek (intakegesprek) gepland om de inschrijving te finaliseren. Ouders worden dan gevraagd een aantal documenten mee te brengen.

Indien interesse, is het belangrijk zich tijdig aan te melden omwille van het beperkt aantal plaatsen binnen OV4.

 

Contactadres :         Secundaire Scholen Sint-Ferdinand  Campus Leopoldsburg

                                    Diestersteenweg 11

                                   3970 Leopoldsburg

                                   Telefoon: 013/530630

                                    E-mail : buso.st.ferdinand@fracarita.org

                                    Website : http://sint-ferdinand.be

De school is bereikbaar tijdens de schooldagen van 08.30 u. tot 17.00 u.

Tijdens de zomervakantie is de school bereikbaar tot half juli en vanaf half augustus en dit van 9.00 u. tot 16.00 u.

 

5.5.   Inschrijvingsprocedure voor het MFC

Leerlingen die gebruik wensen te maken van de diensten van het MFC (multifunctioneel centrum) Sint-Ferdinand, dienen zich hiervoor apart aan te melden.

Deze aanmelding dient te gebeuren bij de (intersectorale) toegangspoort jeugdhulp. Leerlingen die als interne leerling onderwijs willen volgen, moeten zich aanmelden met een vraag naar 'verblijf'. Leerlingen die als semi-interne leerling onderwijs willen volgen, moeten zich aanmelden met een vraag naar 'dagopvang'.

Deze aanmelding kan u als ouder zelf niet doen, hiervoor dient u zich te richting tot de verwijzende instantie (CLB, Kinderpsychiatrische dienst, …).

Voor verdere inlichtingen hieromtrent kan men terecht op het telefoonnummer 013/530 638. De contactpersoon is Lien Vervloet.

 

5.6. Wat je nog moet weten.

Schooluren:

MAANDAG               :           08.25 uur        -         15.40 uur

DINSDAG                 :           08.25 uur        -         15.40 uur

WOENSDAG           :           08.25 uur        -         12.00 uur

DONDERDAG         :           08.35 uur        -         15.40 uur

VRIJDAG                  :           08.35 uur        -         15.40 uur

 

 Vervoer naar school:

In principe komen alle leerlingen met het openbaar vervoer of met eigen vervoer naar school.

Rechthebbende leerlingen hebben recht op gratis busvervoer (buzzy pas)

 

Schoolrekening:

De schoolrekening wordt meegegeven voor de herfstvakantie. 

Ouders kunnen, indien zij dit wensen, de rekening gespreid over het schooljaar afbetalen.

 

 Verzekering:

Tijdens de diverse schoolactiviteiten zijn de leerlingen verzekerd door de schoolverzekering. Ook de reglementaire weg van en naar de school is volledig verzekerd.

De wetgeving op de schoolverzekering voorziet dat bepaalde schadegevallen dienen geregeld te worden door de familiale verzekering. Daarom is het ook belangrijk dat de ouders een eigen familiale verzekering hebben.

 

 Wat moet je meebrengen bij inschrijving?

Identiteitskaart

Gegevens familiale verzekering (naam, adres, polisnummer)

Attest OV4 type 9 + CLB-verslag met vermelding van diagnose (indien in bezit)

Alle relevante verslaggeving i.v.m. het functioneren van de jongere

 

Startup Growth Lite is a free theme, contributed to the Drupal Community by More than Themes.