Wat maakt OV4 speciaal?

Opvoeding en onderwijs gebeuren vanuit een christelijke visie op mens en maatschappij. Waarden als het streven naar een optimale opleiding, opvoeding en begeleiding, een onvoorwaardelijk respect voor iedereen en fundamentele aanvaarding (ongeacht oorsprong, sociale context of overtuiging), gelijkwaardigheid en een participatieve benadering (deelname van alle betrokkenen aan het schoolgebeuren) staan centraal.

 

1. Een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding

De leerlingenbegeleiding in onze school is uitgewerkt volgens het drielijnenmodel en is een weerspiegeling van de zorgcultuur die is uitgebouwd voor onze leerlingen.

De eerste lijn: de leerkracht.

De leerkracht is de spil van de leerlingenbegeleiding. Hij staat het dichtst bij de leerling én heeft de grootste expertise op vlak van de drie begeleidingsterreinen : leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding. Hij zorgt voor het persoonlijk welzijn van elke individuele leerling , observeert het groeiproces in de klas, het leefklimaat op school en in de klas.

De tweede lijn : de orthopedagoog.

De orthopedagoogsteunt en adviseert vanuit zijn/haar deskundigheid de leerkrachten bij het begeleiden van de leerlingen.

Hij/zij begeleidt elke leerling via een individueel begeleidingsplan.

Als het nodig is, verwijst hij/zij naar externe diensten en werkt ermee samen.

De derde lijn : de externe specialisten.

Op dit niveau situeren zich allerlei externe organisaties en diensten.

Het CLB biedt ondersteuning op de eerste en tweede lijn en heeft een draaischijffunctie tussen school en externe organisaties en diensten. Het decreet op de Centra voor Leerlingenbegeleiding situeert het zwaartepunt in de leerlingenbegeleiding bij de ouders en de school. Zij zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen en jongeren. Het CLB moet daarbij ondersteuning bieden. Elke school is verplicht een overeenkomst af te sluiten met een CLB. Onze school heeft gekozen voor VCLB West-Limburg . Het team van dit VCLB is bereikbaar te Beringen, Sint-Catharinastraat 8 (011/45 63 10).

Enkele kenmerken van de samenwerking :

* De begeleiding is vraaggestuurd. De school en het CLB gaan samen na wat er al op school gebeurt aan leerlingenbegeleiding en waar de school de meeste behoefte aan heeft. Het CLB begeleidt en ondersteunt leerlingen, ouders en schoolpersoneel op vier begeleidingsdomeinen : leren en studeren, schoolloopbaan, preventieve gezondheidszorg, psychisch en sociaal functioneren.

* Het CLB heeft een verzekerd aanbod waar een school uit kan putten. Er is ook verplichte begeleiding door het CLB : medische onderzoeken en activiteiten in verband met leerplichtcontrole (spijbelen). Leerlingen en ouders moeten hieraan meewerken.

* Het CLB is er voor de school, maar ook op vraag van individuele ouders en leerlingen.

 

2. Onderwijs in kleine klasgroepen

Kleine klasgroepen zorgen ervoor dat de leerlingen beter kunnen begeleid en ondersteund worden. Daarom geven we de lessen in klasgroepen van gemiddeld zes leerlingen.

 

3. Individuele handelingsplanning

Voor elke leerling wordt, volgens de methodiek van individuele handelingsplanning, de te volgen opvoedings- en onderwijsweg uitgestippeld op basis van zijn/haar mogelijkheden.

 

4. Stimuleren om positieve relaties aan te gaan.

Essentieel in het opvoedkundig handelen met onze jongeren is hen stimuleren om positieve relaties aan te gaan. Een leerling die een positieve band heeft met leerkrachten, wil die goede relatie behouden, zich inzetten en voldoen aan de verwachtingen. Bij een positieve relatie wordt het pedagogisch aanbod aanvaard en ontstaat de motivatie om gezamenlijk vooropgestelde doelen na te streven. Positieve relaties werken als een rem op het stellen van probleemgedrag.

Positieve relaties worden o.a. gestimuleerd door de leerling fundamenteel te aanvaarden en tegelijkertijd normen en waarden voor te leven, door het aanbieden van een duidelijke structuur, door een gepaste opvoedingsstijl, door gewenst gedrag te belonen en ongepast gedrag te begrenzen en door deelname van leerlingen en ouders aan het schoolgebeuren.

a) Fundamentele aanvaarding en voorleven.

Een basisvoorwaarde voor een positieve relatie is een fundamentele aanvaarding van onze leerlingen, ondanks hun moeilijkheden. Tegelijkertijd hebben onze jongeren een grote behoefte aan duidelijk voorbeeldgedrag van de leerkracht. Via het voorleven van normen en waarden, willen we deze overdragen op onze jongeren. Door voor te doen hoe het moet, leren wij onze leerlingen zeer veel, zoals het oplossen van problemen, het omgaan met ruzies en conflicten, enz.

b) Het bieden van structuur.

Onze leerlingen hebben nood aan duidelijkheid, grenzen, structuur, consequent optreden, …. Structuur biedt overzicht, houvast en duidelijkheid. Houvast en duidelijkheid zorgen voor een veiligheidsgevoel. Alleen in een veilige context kan een positieve binding ontstaan. Geen positieve binding zonder structuur. Onze leerlingen een basisveiligheidsgevoel geven is de eerste taak van onze school. Deze basisveiligheid houdt in dat de jongeren zich gewaardeerd voelen als individu, ondanks de mogelijke tekortkomingen of belemmeringen. Wanneer een jongere bij ons op school komt, wordt hier veel tijd aan besteed. Dit doel wordt onder meer bereikt door een duidelijke structuur, ordening en rust, naast een accepterende houding. Waar structuur, overzicht en veiligheid aanwezig zijn, voelt iedere jongere de rust en de vrijheid om te leren omgaan met de ideeën, normen en waarden van een ander en om zich zelfstandig te ontwikkelen. Daarom hechten wij in onze school ook veel belang aan een goede opvolging van de regels van het schoolreglement en de leefregels. Deze regels scheppen door hun duidelijkheid een aangenaam leefklimaat waar ieder zich thuis voelt. Bij het begin van het schooljaar krijgt elke leerling het wettelijk schoolreglement en de leefregels.

c) Een autoritatieve opvoedingsstijl.

Wij kiezen voor een autoritatieve opvoedingsstijl. Bij een autoritatieve stijl reageren leerkrachten responsief (uitleg gevend, antwoordend) op redelijke behoeften en wensen van leerlingen.

Onze leerkrachten communiceren met onze leerlingen op basis van wederzijds begrip en respect. Zij hebben oog voor de opvattingen van leerlingen en brengen hun visie als mogelijkheid naar voren. De leerkrachten stellen tegelijkertijd duidelijke verwachtingen aan de leerling en ze houden vast aan duidelijke regels. Bij overtreding wordt consequent opgetreden.

Onze leerkrachten geven consequent en duidelijk sturing aan het klasgebeuren maar met aandacht en betrokkenheid op de leerling. Zij zullen daarom heel genuanceerd sturen met de bedoeling de jongeren systematisch meer verantwoordelijkheid en eigen creatieve inbreng te bieden. Mislukkingen worden gerelativeerd en de leerlingen krijgen dagelijks voldoende nieuwe slaagkansen, zodat ze langzaam maar zeker op eigen benen leren staan.

d) Belonen.

Met belonen willen wij positief reageren op positief gedrag. Belonen bevordert de goede relatie leerkracht-leerling. Een goede relatie versterkt het zelfbeeld van de leerling en verhoogt de intrinsieke motivatie. Aandacht voor het goede heeft meer succes dan correctie van het negatieve. Positief bekrachtigen en belonen hebben 6 tot 7 keer meer resultaat dan bestraffen. Het heeft vooral de bedoeling gewenst gedrag aan te moedigen. Daarom hebben we in OV 4 een duidelijk beloningssysteem uitgewerkt.

e) Bestraffen.

Met bestraffen willen wij ongepast gedrag stoppen en corrigeren. ‘Straffen’ als techniek werkt goed als er consequent grenzen mee gemarkeerd worden. Straffen dienen om een maatschappelijke norm te bewaken. Dit geeft duidelijkheid en hierdoor ook veiligheid. In onze school stellen wij duidelijk grenzen. Ongepast gedrag kan geen goedkeuring krijgen.

f) Deelname aan het schoolgebeuren.

In onze school vinden wij participatie en medezeggenschap van leerlingen en ouders zeer belangrijk. Participatie en medezeggenschap leiden tot een positieve relatie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid. 
Onze leerlingen kunnen op verschillende manieren deelnemen aan het schoolgebeuren. Zo kunnen zij meewerken met de leerlingenraad. Er worden tevens regelmatig overlegmomenten gepland tussen de leerkrachten en de leerlingen. Zo wordt het samenleven op school aangenamer en democratischer.
Ook ouders hebben een rol te spelen in onze school. De betrokkenheid van ouders kan vele vormen aannemen. Een belangrijk communicatiemiddel tussen school en ouders is de klasagenda. In hun klasagenda noteren de leerlingen niet alleen hun lessen en werken. Ook het opvolgen van afwezigheden en te laat komen op school wordt genoteerd in de agenda.

Elke laatste schooldag van de week krijgen de leerlingen een mapje mee naar huis, met daarin brieven voor ouders (eventueel), een maandoverzicht van de scores van het beloningssysteem, en weekoverzicht van beoordelingen tijdens de lessen, zowel met betrekking tot leervorderingen als gedrag, en weekoverzicht van beoordelingen van het gedrag voor, tussen en na de lessen en 5 dagelijkse bladen beoordelingen van het gedrag tijdens de lessen. Het bevordert de samenwerking indien de ouders de klasagenda en alle bladen van de map wekelijks aftekenen.

Ouders zijn ook steeds welkom voor een gesprek of om problemen te signaleren en om samen met de school mogelijke oplossingen te bespreken. De inbreng van ouders is hierbij zeer belangrijk. Op verschillende tijdstippen worden ouderavonden georganiseerd. Sommige ouders spelen een actievere rol op school door te zetelen in de oudervereniging. De oudervereniging vergadert elk trimester met de directie om actuele punten te bespreken. Daarnaast organiseert de oudervereniging ook diverse vormende activiteiten waaraan ouders kunnen deelnemen.

 

5. Evalueren van leervorderingen én gedrag

In OV 4 evalueren we naast de leervorderingen ook het gedrag van onze jongeren :

Leervorderingen: Binnen onze schoolse context is het belangrijk dat wij onze leerlingen evalueren op kennis en kunde. Tenslotte reiken we dezelfde getuigschriften uit als in het gewoon onderwijs en moeten we dit ook verantwoorden.

Gedrag: Omdat onze leerlingen behoefte hebben aan begeleiding op gedrags- en persoonlijkheidsniveau, wordt ook het gedrag geëvalueerd. Door positief gedrag te belonen willen wij hen motiveren om beter te functioneren. Ons beloningssysteem voorziet elke maand in een beloning.

Wij gebruiken volgende evaluatiesystemen :

1. Permanente evaluatie van attitudes
Permanente evaluatie van attitudes betekent dat de leerlingen gedurende het ganse schooljaar voortdurend worden beoordeeld op twee gebieden : hun leer- en werkhouding tijdens de lessen en hun gedrag tijdens de vrije momenten. Wekelijks krijgen de leerlingen een map mee naar huis met daarin de gedragsevaluaties van de afgelopen week. Zo blijven de ouders voortdurend op de hoogte van het gedrag van hun zoon of dochter.

2. Gespreide evaluatie van leervordering 
Doordat de leerkrachten (en leerlingen) regelmatig toetsen, taken en (klas-)opdrachten evalueren wordt de leervordering van de leerlingen in kaart gebracht. In ons systeem worden geen examens gehouden. Wekelijks krijgen de leerlingen een map mee naar huis met daarin de gemaakte taken, toetsen en opdrachten waarop de evaluaties betrekking hebben.

3. Puntenrapport 
De leerlingen krijgen een rapport mee voor de herfstvakantie, kerstvakantie, paasvakantie en op het einde van het schooljaar. De leerlingen worden beoordeeld op leervordering (het gemiddelde van de wekelijkse evaluaties op toetsen, taken en opdrachten), op leer- en werkhouding (het gemiddelde van de wekelijkse evaluaties van de beoordeelde attitudes), op gedrag tijdens de vrije momenten en op hun aanwezigheid. Deze vier evaluaties zijn allen even belangrijk op school.

De punten op leervordering, de beoordelingen op leer- en werkhouding tijdens de lessen en de evaluatie op het gedrag tijdens de vrije momenten worden gegeven op de prestaties die geleverd zijn tijdens de aanwezigheidsdagen.

Indien de leerling te vaak afwezig is, wordt dit beschouwd als ‘problematisch’. Problematische afwezigheden kunnen aanleiding geven tot het jaar overdoen of het niet behalen van een getuigschrift of diploma (ondanks mogelijk goede punten op leervordering en goede beoordelingen op leer- en werkhouding).

De delibererende klassenraad beslist op het einde van het schooljaar of de leerling geslaagd is (A-attest) of niet geslaagd is (C-attest) op basis van bovenvermelde drie beoordelingen. Ook kan de delibererende klassenraad, op basis van het individueel handelingsplan, beslissen om het lessenprogramma van een leerjaar te spreiden over twee schooljaren. Deze leerlingen worden niet als zittenblijvers beschouwd (dus geen C-attest). Op het einde van het eerste aldus gevolgde schooljaar krijgen deze leerlingen een (tussentijds) attest (spreiding curriculum OV 4).

 

6. Een stimulerend beloningssysteem

Omdat positief gedrag belonen meer resultaat heeft dan bestraffen van negatief gedrag, hebben we een duidelijk beloningssysteem uitgewerkt.

Elke week kunnen de leerlingen punten verdienen : één voor positieve leer- en werkhoudingen (permanente evaluatie) en één voor positief gedrag tijdens de vrije momenten. Per maand voorziet de school in samenspraak met de leerlingen in een beloning.

Er is een vereist aantal punten nodig om de beloning te verdienen. Leerlingen die niet het vereiste aantal punten behalen, krijgen geen beloning maar een schooltaak.

Startup Growth Lite is a free theme, contributed to the Drupal Community by More than Themes.